Zoeken
Menu
Goede woningisolatie kan businesscase warmtenet verpesten Tekst: Mari van Lieshout, Beeld: Shutterstock

Het aanleggen van warmtenetten voor het collectief verwarmen van woningen wordt naast (individueel) elektrisch verwarmen met een warmtepomp gezien als een bereikbaar alternatief om in de toekomst de zes miljoen Nederlandse huizen te verwarmen. Maar goede isolatie van woningen leidt soms tot te weinig verkoop van warmte om de aanlegkosten van laagtemperatuurwarmtenetten te dekken, zegt Jelle Loogman van adviesbureau Greenvis in Energeia.

Met name als het warmtenet bestaande bouw moet verwarmen of duurzaamheid belangrijk is, kunnen technische mogelijkheden en economische belangen botsen. Zo kan de goede isolatie van woningen het businessmodel van warmtenetten onderuit halen. Goed geïsoleerde woningen hebben immers een geringere warmtevraag waardoor de investering in laagtemperatuurwarmtenetten volgens adviesbureau Greenvis niet uit kan. Greenvis adviseert lokale bestuurders en warmtebedrijven over wat een technisch handig en economisch rendabel alternatief kan zijn voor verwarmen met aardgas.

Transitieplan

Elke gemeente moet in 2021 een Transitieplan Warmte inleveren bij de overheid, met daarin op wijkniveau een plan over hoe de bestaande bouw van het aardgas te halen is. Volgens Loogman is een warmtenet met al dan niet een collectieve warmtepomp vaak een goede manier om veel huizen in één keer aan te sluiten. Greenvis doet daarom onderzoek naar de mogelijkheden van verschillende soorten warmtenetten: hoogtemperatuur, middentemperatuur en laagtemperatuur. Loogman: "Als we naar het jaar kijken waarin huizen uit een bepaalde wijk zijn gebouwd, dan zegt dat wel iets over de hoogte van de temperatuur die nodig is, maar het is niet altijd bekend of bewoners dubbel glas hebben toegevoegd, of de woningen hebben nageïsoleerd."

Traditionele warmtenetten zijn nagenoeg allemaal hoogtemperatuurnetten (aanvoertemperatuur vanaf 70 C).  Midden- (40–70 C) of laagtemperatuurwarmtenetten (20-40 C) hebben een groot voordeel, omdat ze een duurzamere warmtebron hebben, maar vaak zijn in de bestaande bouw de huizen niet genoeg geïsoleerd om met een lage aanvoertemperatuur te verwarmen.

Om erachter te komen welke type warmtenet het best functioneert in een bestaande wijk, doet Greenvis samen met onder anderen de TU Delft en Deltares onderzoek hiernaar in Haarlem. Ook Eneco is geïnteresseerd in het beter afstellen van de aanvoertemperatuur naar een woning. In december kondigde de energieproducent en -leverancier aan een smart grid voor warmte te ontwikkelen om beter aan de warmtevraag te voldoen.

Onrendabele case

Toen Greenvis in het verleden een businesscase maakte voor deze jarenzeventigwijk, bleek dat isolatie van de woningen leidde tot een onrendabele case. Door de goede isolatie konden bewoners toe met minder warmte en waardoor de investering niet meer uit kon. Loogman stelt dat het rondrekenen van een businesscase voor een nieuw aan te leggen warmtenet sowieso erg fragiel is. In dit specifieke geval moest er zowel extra subsidie bij voor het aanleggen van het net als ook voor de isolatie van de woningen. De verwachting is echter dat bij een stijgende gasprijs het eerder loont om warmtenetten aan te leggen. 

Ook interessant