Zoeken
Menu

De titel van deze column is bij een ieder wel bekend. Het is een stukje standaard tekst dat na iedere reclameboodschap omtrent een beleggingsproduct als laatste regel wordt uitgesproken. Het wordt voor mijn oren in een te rap tempo uitgesproken, waardoor ik pas na de 6e keer begreep waar het om ging.

Het dient als waarschuwing voor te veel op geldelijke winst beluste personen. Sinds de alom bekende woekerpolissen krijg ik er een slechte smaak van in mijn mond en is mijn vertrouwen in iedere financiële dienstverlener tot het nulpunt gedaald.

Wanneer u in alle rust deze welbekende zin wat dieper laat in werken, dan constateert u dat deze zin eigenlijk op alles in het leven slaat. Directie en medewerkers van V&D weten hier ondertussen alles van. Ook in ons installatievak is deze diep filosofische regel van toepassing. Toen de woningen nog lekkende tochtgaten waren en we lokaal met eerst kolen en daarna aardgas onze haard stookten, kwamen we in de winter niet graag buiten de woonkamer. Centraal verwarmen met een cv-ketel was begin zeventiger jaren de nieuwe hype. Een ketel, in iedere kamer een radiator en ons huis was overal behaaglijk warm. In de jaren daarna is er niet heel veel veranderd in onze kijk op het verwarmen van onze woningen. De ketels hebben een hoog rendement, er zijn meer type afgifte systemen en laag temperatuur vloerverwarming wordt als het ultieme comfort en energieverbruik gezien.

In de afgelopen 30 jaar hebben we het gebruik van het centrale verwarmingssysteem flink zien veranderen. Centrale verwarming wordt door de meeste Nederlanders al lang niet meer volledig gebruikt. Woonkamer, open keuken en badkamer zijn vaak nog de enige vertrekken waar men verwarmd. Vloerverwarming op de begane grond en radiatoren op de verdiepingen, voorzien door een ketel met bijvoorbeeld CW5 waarde. 35 Kw volvermogen en 7 Kw als laagste modulatiegraad op een installatie waar de bewoner zijn radiatoren dicht heeft staan en de vloer niet meer dan 2 a 3 Kw afneemt. Het eerste probleem dient zich dan ook al snel aan: wisselaar problemen in de ketel, maar dat is niet het enige. Ook de vloerverwarming gaat ten aanzien van het comfort problemen opleveren. In deze zeer goed geïsoleerde woningen is mede door de WTW balansventilatie de warmtelast zo laag geworden, dat de opwekker (cv ketel of warmtepomp) nog maar 4 á 5 uren per etmaal warmte hoeft te leveren. Gevolg: een onvoldoende warme vloer dat door de bewoner wordt opgelost door de thermostaat 2 á 3 graden te verhogen.

De volgende vragen dienen wij de komende tijd in het vak te gaan beantwoorden: Welk afgiftesysteem geeft de bewoner van zeer goed geïsoleerde woningen het juiste comfort tegen de laagste energiekosten? En moeten wij woningen nog wel voorzien van volledige centrale verwarming? Want resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Ook interessant