Zoeken
Menu
Waarom moet de meterkast eigenlijk bij de voordeur? Tekst: Mari van Lieshout - Beeld: Shutterstock

De NEN 2768 is recentelijk aangepast. Voor de meterkast gelden nu nieuwe afmetingen omdat in de meterkast steeds meer componenten worden opgenomen vanwege de installatie van pv-panelen en componenten die de installatietechniek smart grid-ready maken. Maar waarom plaatsen we de meterkast eigenlijk nog steeds bij de voordeur? Een plek centraal in het gebouw, is zo veel logischer.

Met de recente wijzigingen van de NEN 2768 is de minimale afmeting van de meterkast is 2 centimeter breder en 4 centimeter dieper geworden. Het zijn bepaald geen wijzigingen waar je van achterover valt. Maar de installatiebranche zal het er voorlopig mee moeten doen in de wetenschap dat ze nog andere – en wellicht veel ingrijpendere wijzigingen – tegemoet kunnen zien. Bovendien, de gewijzigde maatvoering betreft een minimale afmeting, groter mag en kan altijd. Maar waarom moet de meterkast bij de voordeur? Waarom niet ergens centraal in de woning. Dat zou heel wat hak- en breekwerk voorkomen bij latere aanpassingen of uitbreidingen.

Veiligheid

Om de veiligheid en bruikbaarheid te waarborgen is het belangrijk dat de meterkast aan enkele minimale eisen voldoet. Hij moet voldoende ruimte bieden aan alle componenten, waarbij altijd voldoende ventilatie of koeling aanwezig moet zijn. Een te hoge temperatuur verhoogt namelijk de kans op legionellabesmetting in de waterleiding, leidt tot een lagere efficiëntie van elektronische componenten en daarnaast tot een hoger brandgevaar.

In de meterkast zullen steeds meer componenten moeten worden opgenomen door onder meer de ontwikkelingen op het gebied van smart grids en elektrische auto’s. Omdat veel van de ontwikkelingen nog onduidelijk zijn de recente wijzigingen beperkt: . 

De belangrijkste aanpassingen:

  • de meterruimte mag niet verder dan 3 m van de toegang tot de woning liggen
  • de minimale breedte van de meterruimte is vergroot van 750 naar 770 mm; dit omdat de ruimtebehoefte voor elektrische installaties is vergroot
  • de minimale diepte van de meterruimte is voor laagbouw aangepast van 310 mm naar 350 mm en is daarmee gelijk getrokken met de diepte-eisen behorende bij de hoogbouw
  • ventilatie met behulp van roosters is vereist; de extra aandacht voor ventilatie hangt onder andere samen met ongewenste opwarming van het drinkwater
  • de mantelbuizen voor de invoer van aansluitleidingen moeten in kleur worden uitgevoerd.

Dat het niet bij deze wijzigingen blijft, staat vast. Er komen meer installaties in woningen en ze worden groter. PV-omvormers en warmtepompen zullen voor extra componenten in de meterkast zorgen. Ook de elektrische installatie zelf wordt groter en zwaarder, zodat zwaardere groepen nodig zijn. Het is zelfs maar de vraag of de bemetering waaraan de meterkast per slot van rekening zijn naam dankt, nog wel in de kast aanwezig moet zijn.

Techniekruimte

Specialisten die zitting hebben in de NEN-normcommissie sluiten niet uit dat de meterkast in de toekomst modulair zal worden ingericht met tegelijkertijd een aparte of juist daarvan deel uitmakende, grotere techniekruimte. Met een gasloze toekomst kunnen gasaansluiting en gasmeter vervallen en de toepassing van warmtepompen en buffervaten voor lage temperatuurverwarming zal toenemen. Een techniekruimte biedt deze mogelijkheid, en wellicht ook meer fysieke ruimte om ontwikkelingen die we nu nog niet kennen te kunnen doorvoeren. 

Ook interessant