Zoeken
Menu
Consortium moet Nederland aan het warmtenet krijgen Tekst: Mari van Lieshout; Comtekst

Het nieuwe consortium WarmingUp gaat onder aanvoering van TNO instrumenten ontwikkelen om warmtenetten op grote schaal in Nederland uit te rollen. Uit het Meerjaren Missiegedreven Innovatie Programma's (MMIP) heeft het consortium 9,6 miljoen euro gekregen. De partners zelf steken eenzelfde bedrag in het programma.

De tijd begint zo langzamerhand te dringen. Het kabinet wil tegen 2050 alle zeven miljoen huizen volledig aardgasvrij maken, waarvan al 1,5 miljoen binnen tien jaar. Als alternatief voor een gasaansluiting wordt vaak gewezen naar de potenties van een warmtenet. Veel gemeenten voelen er wel voor. Maar het zal bepaald niet gemakkelijk blijken om overal in Nederland snel warmtenetten aan te leggen want veel regio's en gemeenten hebben nauwelijks een idee hoe ze hun wensen tot uitvoering moeten brengen. Het consortium gaat daarom praktisch bruikbare kennis ontwikkelen.

TNO

Kennisinstituut TNO wordt penvoerder en streeft ernaar om over drie jaar een uitgebreid instrumentarium te hebben ontwikkeld waar partijen direct mee aan de slag kunnen. Het gaat dan bijvoorbeeld om rekenmodellen voor warmtenetten die rekening houden met verschillende typen warmte, aanlegmethodes voor infrastructuur, inzicht in effecten en kosten en baten van duurzame warmtebronnen, een afwegingskader voor vergunningen voor ondergrondse opslag en handreikingen over motivatie van bewoners.

Een groot aantal partijen maakt deel uit van het consortium. Het betreft onder meer warmtebedrijven zoals Eneco, HVC, Stadsverwarming Purmerend en Vattenfall maar ook verschillende netbedrijven, Rijkswaterstaat, de Waterschappen, BodemenergieNL, diverse grote steden, provincies, kennisinstituten en universiteiten.

Duurzame bronnen

Voor bronnen wordt gekeken naar zonthermie, geothermie en aquathermie. 'Want een warmtenet is pas duurzaam als de bron duurzaam is,' benadrukt. Frits Verheij, programmadirecteur WarmingUp. Hij ziet veel potentie in geothermie en aquathermie. Restwarmtegebruik is al redelijk ingeburgerd. Dat neemt niet weg dat het consortium ook restwarmtebronnen in de te ontwikkelen modellen zullen opnemen om gemeenten, provincies en andere overheden inzicht te geven in de mogelijkheden die er zijn voor aardgasloze verwarming.

De opslag van warmte is een ander belangrijke onderwerp waar het consortium zich over buigt. Daarbij moet volgens Verheij worden gedacht aan aquifers met warmte op honderden meters diepte in de ondergrond, ver beneden de drinkwatervoorzieningen. Een ander onderwerp is de infrastructuur, die zeker in binnenstedelijke gebieden ook voor de nodige hoofdbrekens zorgt. Ook de maatschappelijke acceptatie is een onderwerp waarmee het consortium aan de slag gaat. Bij consumenten stuiten warmtenetten op de nodige kritiek, vanwege de (te hoge) kosten.

Politiek

Volgens Verheij zal het consortium wegblijven bij de marktordening van warmtenetten. 'Daar hoort de politiek over te gaan,' zegt hij.' Wij richten ons op de innovatiekant en zullen specifiek kijken naar de ketens, wat voor soort contracten je in welke situatie nodig hebt, ongeachte om welke specifieke partij het gaat.'

Ook interessant