Zoeken
Menu

Ieder jaar wordt op deze dag internationaal stilgestaan bij het belang van samenwerking, zowel in het overheidswezen als in het bedrijfsleven. Iedere eerste zaterdag van juli is het de Internationale Dag van de Samenwerking. Dit jaar is dat morgen, 4 juli 2015.

Deze is opgericht door de International Co-operative Alliance (ICA) in 1923. In 1994 is deze Dag een officiële VN-Dag geworden. Coöperaties zijn overal nodig. Op economisch gebied, op regeringsvlak, in de internationale politiek. En dat is precies waar de International Co-operative Alliance voor gaat: Meer samenwerking tussen mensen, landen en bedrijven, omdat op die manier alles efficiënter zal kunnen verlopen.

Succesvol samenwerken

Maar hoe kun je succesvol samenwerken? Samenwerking tussen zorg-, onderwijs-, en andere instellingen slaagt alleen als ze van elkaar afhankelijk zijn om een gemeenschappelijk doel te bereiken. Als ze hun eigen belang opzij zetten en de tijd nemen om elkaar te leren kennen, kunnen ook heel verschillende organisaties succesvol een project opzetten. Anders dan binnen één organisatie is het in zo’n netwerk van belang dat de verschillende lagen, van uitvoerende tot manager, contact met elkaar hebben. ‘Je moet nooit samenwerken om het samenwerken’, concludeert onderzoeker Jelly Zuidersma.

Zuidersma ontdekte op basis van vragenlijsten en observaties van tientallen samenwerkende organisaties een aantal doorslaggevende succesfactoren. Ten eerste moeten de instellingen zich bewust van zijn dat hun samenwerkingsverband geen organisatie op zich is, maar een netwerk met een concreet doel voor ogen. Dat vereist weer dat juist de verschillende lagen bij de partners elkaar spreken, bijvoorbeeld de manager van de zorginstelling met de docent van de school.

Gemeenschappelijk belang

Naast deze meerlagigheid introduceert Zuidersma het begrip wederkerigheid, waarbij niet de status van de organisatie, maar het belang van bijvoorbeeld de leerling of de patiënt centraal staat. Instellingen moeten in de loop van de tijd aanvoelen waar dat gemeenschappelijke belang ligt en geen van allen de agenda dicteren. Ze moeten met elkaar kunnen meegroeien. Dat is cruciaal voor het slagen van een project: ‘Ik heb gemerkt dat er over het algemeen heel goed wordt samengewerkt, maar soms betrekken de organisaties hun eigen stellingen als het stroef loopt, en dan wordt het moeilijker om effectief te overleggen.’

Twee andere factoren die Zuidersma onderscheidt zijn een langetermijnperspectief voor de samenwerking en een goede fysieke, maar ook digitale bereikbaarheid van de medewerkers in zo’n verband.


Ook interessant